Voorbeeld1

'Ik wil niet meer alles in de hand hebben'

Als groepleider werk ik in een forensische psychiatrische kliniek. Ik ben begonnen met supervisie omdat ik het gevoel had dat mijn ontwikkeling stil stond op het werk. Ik was als teamoudste te veel bezig met de ontwikkeling van anderen en had het idee dat ik daardoor zelf niet vooruit kwam. Daarnaast vond ik mezelf te gevoelig in het werk. Iemand had me ooit eens gezegd dat ik dat op een positieve manier in kon zetten, maar tot dusver had ik er vooral last van. Daar wilde ik mee leren omgaan. Ik wilde iedereen maar tevreden stellen, maar vergat daarmee mijn eigen proces.

Het belangrijkste wat ik geleerd heb is dat ik niet alles in de hand heb. Niet alles ligt aan mij. Ik kan niet bepalen hoe een ander op mijn kritiek reageert, ik kan niet iedereen gelukkig maken. Ik kan niemand beter maken, de patient moet ook willen veranderen. Ik heb alleen mijn eigen deel echt in de hand. Daardoor kon ik meer ruimte maken voor mezelf en hoefde ik niet meer alleen gericht te zijn op de ander.

Ik vond supervisie niet makkelijk. Het is confronterend, je loopt steeds tegen hetzelfde aan. Dat is lastig. Voor mij is belangrijk om me prettig en veilig te voelen binnen supervisie. Bij Bram had ik dat. Mede daardoor stond ik open voor feedback en lukte het om naar mijzelf te kijken. Kenmerkend aan deze supervisie vond ik dat het ook leuk kon zijn, dat er ook gelachen kon worden, maar dat er net zo makkelijk weer een confronterende vraag gesteld werd waardoor alles weer in een ander perspectief kwam te staan.